Ghana

De naam Ghana komt van het Ghanese Rijk, of Wagadou zoals zij het zelf noemden. Dit rijk lag wat noordelijker in de Sahelzone. Het bestond tussen de 8e en 11e eeuw en was een belangrijke regionale economische macht. Dit rijk bestond totdat de Almoravidleider en verspreider van de islam Abu Bakr ibn Umar de hoofdstad in 1076 in handen kreeg.

Na de val van het rijk emigreerde een deel van de Akanvolken, zoals de Ashanti en de Fante naar het zuiden. Er werden meerdere staten gesticht, zoals de Ashanti-federatie en enkele Fante-staten. Het grootste deel van het gebied werd verenigd in de 16e eeuw onder de Ashanti-confederatie. In eerste instantie was dit een los statenverbond, maar later werd het een gecentraliseerde staat, met een hoge mate van bureaucratie rond Kumasi.

Het eerste contact tussen de plaatselijke volksstammen en de Europeanen vond plaats in 1470. De Europeanen noemden het gebied de “Goudkust”. In de 17e eeuw kwamen ook de Nederlanders naar het land; in 1598 kregen zij toestemming om een handelspost te openen bij Moore, het latere Fort Nassau. In 1637 werd het Fort Elmina veroverd op de Portugezen, dit was jarenlang het centrum van de Nederlandse aanwezigheid aan de Goudkust. Het fort bleef tot 1872 in Nederlandse handen.

In de negentiende eeuw trokken de Britten Ghana binnen en na slag te hebben geleverd moesten de inwoners van het latere Ghana in 1901 de nederlaag erkennen. Het gebied kreeg de status van een Britse kolonie, bekend onder de naam Gold Coast (Britse Goudkust).

Op 6 maart 1957 kwam er een eind aan de koloniale overheersing en kreeg het de naam Ghana. Kwame N’krumah werd de eerste minister-president; daarmee was het het eerste gekoloniseerde land in Afrika dat zijn onafhankelijkheid terug kreeg. Op 1 juli 1960 werd het land een republiek met Kwame Nkrumah als president, maar het bleef lid van de Britse Gemenebest. De niet-gebonden links georiënteerde Nkrumah werd echter tijdens een staatsiebezoek aan Noord-Vietnam en China op 24 februari 1966 door een door de CIA gesteunde[bron?] staatsgreep door kolonels Afrifa en Kotoka ten val gebracht. Afrifa was nog even van 1968 tot 1969 staatshoofd, maar in de jaren zeventig wisselden militaire regimes en weinig succesvolle burgerregeringen elkaar af.

Op 4 juni 1979 volgde een linkse staatsgreep van het leger onder leiding van een jonge luchtmacht luitenant Jerry Rawlings. Het leger hield aanvankelijk slechts toezicht op de burgerlijke regering, maar in 1981 trok het de macht geheel naar zich toe en werd Rawlings president. Zijn beleid had een positief effect op het economisch herstel en hij was populair bij de gewone Ghanezen ondanks zijn gebrek aan respect voor de mensenrechten. Rawlings zorgde voor een grondwet en een herstel naar een democratisch stelsel. Vanaf 29 december 1992 werd Ghana een democratie met Rawlings als gekozen president.

In 2000 kon Rawlings niet meedoen aan de verkiezingen omdat hij al twee termijnen president was. Zijn opvolger werd de leider van de grootste oppositiepartij, John Agyekum Kufuor, die eveneens twee termijnen uitdiende. In 2009 werd John Atta Mills de democratisch gekozen president van Ghana. Atta Mills overleed echter tijdens zijn eerste presidentiële termijn. De huidige (ex-vice)president van Ghana is John Dramani Mahama.